Theo, wat zie je bleek



“Theo, wat zie je bleek” is een film die in de jaren 70 de ronde deed binnen de toenmalige Rijkspolitie. In de film werd aandacht gevraagd voor de persoonlijke gevolgen voor de politieman en -vrouw die in hun praktijk in contact kwamen met zeer ingrijpende gebeurtenissen. Ernstige, dodelijke aanrijdingen, zelfdodingen, misbruik van kinderen, om maar een paar van de gebeurtenissen te noemen, waar bijna elke diender wel mee te maken krijgt. Overigens is het ten minste opmerkelijk te noemen dat veertig jaar na het verschijnen van deze film het voor de politie nog moeizaam lijkt echte aandacht te hebben voor deze gevolgen.


In dit artikel laat ik aan de hand van een praktijkvoorbeeld mijn licht schijnen op deze thematiek. De hoofdpersoon in mijn voorbeeld heb ik maar “Theo” genoemd.


In ons eerste gesprek, in aanwezigheid van zijn vrouw, vertelt hij dat hij last heeft van angsten. Deze angsten komen plotseling op en vooral als hij zich in de auto op een snelweg bevindt. Hij herkent inmiddels de symptomen, dus als hij het angstgevoel voelt opkomen, gaat hij bij de eerstvolgende afrit er af. Soms moet hij dan eerst nog een rustpauze inlassen, maar tot voor kort lukte het dan wel om via provinciale wegen zijn weg te vervolgen. De laatste tijd gaat het echter slechter met hem, vertelt hij mij.

Bij doorvragen blijkt dat hij thuis geen rust meer kan vinden. In het huwelijk zijn spanningen en ontstaan felle woordenwisselingen.


Als ik hem vraag naar de mogelijke oorzaak meldt hij dat hij in het verleden uitgezonden is geweest naar een ver buitenland en daar verschrikkelijke dingen heeft meegemaakt. Hij heeft daarvoor hulp gezocht bij een psycholoog. Daar kreeg hij de diagnose PTSS. Als therapievorm is EMDR ingezet en heeft hij met haar gesprekken gevoerd, maar Theo heeft het gevoel dat dit hem niet meer helpt en is ten einde raad.


Ik werk met Interactieve Zelf Resonantie (IZR). In het kader van dit artikel zal ik daar verder geen uitgebreide uitleg over geven. Het komt er op neer dat Theo een verlangen formuleert. Dit verlangen vormt dan een zin (Ik wil graag…..). Vervolgens kiest hij uit de aanwezige mensen, personen die hij vraagt te resoneren op de woorden in die zin. We doen dat door middel van een opstelling. Wat zich dan in algemeenheid laat zien zijn de patronen, die zich gevormd hebben als gevolg van psychotrauma. (Franz Ruppert, Symbiose en Autonomie, Uitgeverij Mens!, 2010)


Wat zich in het geval van Theo toont is het beeld van een kind dat zich ongewenst heeft gevoeld. In één van de woorden toont zich door middel van de resonantiepersoon een traumadeel dat zich erg verlaten, eenzaam, verloren en bang voelt. Als Theo in de interactie iets vertelt over zijn vroege kindertijd voelt de resonantiepersoon ware doodsangst opkomen en wil het liefst wegvluchten en voelt zich tegelijkertijd bevroren. Kortom, er toont zich een beeld van een psychotrauma dat herkend wordt als een storing in de vroege hechting tussen ouder en kind. Theo is in deze opstelling in staat om vanuit zijn “gezonde ik” weer contact te maken met dit zeer vroege “afgesplitste deel”. In de theorie wordt dit gezien als een herstellende beweging.


Opmerkelijk is dat tot op het moment van deze sessie de aandacht van begeleiders uitsluitend gericht was op de voorvallen tijdens zijn uitzending naar het buitenland. Voor Theo ontstond een nieuw perspectief.

Tot zover het voorbeeld van Theo.


Als een medewerker bij de politie niet meer voldoende in staat is te functioneren, om wat voor reden dan ook, zie je eigenlijk twee partijen ontstaan. Ik moet dan altijd denken aan touwtrekken. Dat doe je ook wel met twee partijen, maar in de samenwerking helpt het als beide partijen dezelfde kant op trekken. Dat laatste zie je dan in dit soort processen bij de politie weer niet.


Hoewel dus al sinds de jaren 70 de aandacht wordt gevestigd op een werkgever met echte aandacht voor zijn medewerkers, zien we dat de politie in de praktijk maar drie oplossingsrichtingen kent, zoals ik die bijvoorbeeld ook tegen kwam in mijn werk en als politiemediator: 1. Ontkennen van het probleem 2. Medicaliseren 3. Juridiseren


Bij het ontkennen hoort het volgende gedrag: “Je moet niet zo zeuren. Je mag wel een beetje eelt op de ziel hebben. Je probeert zeker onder je werk uit te komen. Iedereen maakt wel eens iets mee. Pietje heeft wel ergere dingen meegemaakt. Hij is geen alcoholist, bij de ME noemen we dat een gezellige meedrinker”. En zo zou ik nog ontelbare voorbeelden kunnen noemen. Opmerkelijk is overigens dat vanuit psychotraumatheorie de ontkenning een bekend overlevingsmechanisme is.


Ondertussen voelt de medewerker zich ziek en onmachtig. Ook typerend voor het ontstaan van psychotrauma is de onmacht. Een extra trigger voor het ontstaan van traumagevoelens dus. Het paard achter de wagen. De medewerker rest maar één oplossing. Zich ziek melden.

Hiermee komt de medewerker in het zorgsysteem bij de politie. Dat is niet wezenlijk anders dan het reguliere zorgsysteem. Onlangs zijn er diverse artikelen verschenen in de pers over de wachtlijsten in de GGZ en het labelen van mensen, op basis van de DSM. Ik ga daar niets aan toevoegen. Het resultaat In het geval van Theo: arbeidsongeschikt; ziek met diagnose PTSS. Behandeling met EMDR en gesprekken van 20 minuten per sessie met een psycholoog.


Als de klachten aanhouden net als bij de Theo in mijn voorbeeld raken mensen ten einde raad en dan kom je onvermijdelijk in contact met de juridische afdelingen. Die proberen, vanuit hun taakopvatting platweg gezegd, op de meest goedkope wijze afscheid te nemen. Daarbij komt het niet uit dat iets een dienstongeval of een beroepsziekte is. Aan de andere kant komt het in dit proces ook niet uit dat de medewerker kan toegeven dat er wellicht nog iets buiten het werk speelt. Soms leidt dat dan tot wegkijken van het eigenlijke probleem. Uiteindelijk leidt dit proces vaak tot ontslag en dan heb je als (ex)medewerker er nog een probleem bij.


Waar ik voor zou willen pleiten is dat er binnen de politie werkelijke aandacht komt voor het ontstaan van psychotrauma en manieren om dit op te lossen. En hoewel mijn ervaring is dat je kunt herstellen van psychotrauma, zou het al mooi zijn als je met de gevolgen op een dragelijke manier zou kunnen omgaan.


In coachland is een bekende wijsheid: “Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg”. Wellicht is het dus tijd iets te veranderen en bij de gezondheidszorg bij de politie te kijken voorbij de grenzen van het eigen gelijk en open te staan voor alternatieve behandelingen.


Ik heb niet de wijsheid in pacht, maar heb wel een paar aanbevelingen vanuit 40 jaar ervaring.

. Zorg er voor dat elke medewerker een leidinggevende heeft die de medewerker in meer of mindere mate dagelijks meemaakt. Zo weet deze wat er gebeurt en ziet deze snel als er iets verandert in gedrag;

. Zorg dat deze leidinggevenden traumasensitief leiding kunnen geven;

. Maak gebruik van een uitgebreid netwerk van interne en externe politiecoaches. Dit kan door het bestaande netwerk uit te breiden en te faciliteren;

· Geef de medewerker de regie op zijn eigen herstelproces. De eerste stap daarin is de toegang tot het netwerk.

· Zorg er voor dat mensen die ervaren dat ze toch nog vastlopen in contact gebracht worden met een behandelpanel, waarin de wijsheid van klassiek geschoolde psychologen, NLP coaches, IZR-therapeuten, traumatherapeuten, familieopstellers, paardencoaches, doorbraakcoaches, bedrijfsmaatschappelijk werkers, bedrijfsartsen etc. wordt samengebracht.


Ik wens de politie toe dat er niet iemand over veertig jaar zijn licht laat schijnen over dezelfde thematiek en tot de conclusie moet komen dat er weer niets veranderd is. Dan blijft Theo bleek.


14 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven
CONTACT
  • LinkedIn Social Icon
  • Instagram