• Daniëlle de Mol Moncourt

Waar is jouw stem?

Waar is jouw stem?

Ken je dat gevoel?

Dat er iets gezegd móet worden, maar je weet niet hoe? Dat er iets in je is dat zegt; zo kan het niet langer? Dat je iets in je voelt borrelen, maar dat je ook niet precies weet wat? Het gevoel alsof je al jaren een strandbal onder water aan het houden bent?

Maar dat je ook weet; als ik álles in me er uit gooi, beschadig ik misschien wel anderen, en daarmee ook mezelf?

Iets in je móet er uit, alleen weet je niet hoe. En eigenlijk weet je, buiten een hoop wanhoop en frustratie, ook niet precies wat het nu is dat er uit wil.

Dan is het misschien handig om te gaan layeren.

Gewoon, in laagjes opdelen. Alsof je een tompouce eet. Daar is het ook het handigste om eerst de hard gebakken bovenkant, met een suikerlaagje, en soms zelfs een toef slagroom voor de luchtigheid en de uitstraling omdat niemand tegen een stuk hard deeg wil aankijken, op te eten. Of om even aan de zijkant te leggen, zodat je later een hapje van alles samen kunt nemen. Neem je te gulzig een grote hap van een tompouce, spuit de roompudding er aan de zijkant uit, en zit alles op je kleren in plaats van in je mond. De beloning komt na de juiste strategie.

Dus.

Laag 1; De hardgebakken bovenkant.

Wat heb je tot dusver laten zien van jezelf? Suiker en slagroom? “Jaaa joh, gaat prima, no worries”.

Óf, ben je de overtuiging aangedaan dat het er helemaal niet lekker uitziet en mensen het toch niet gaan eten? Misschien zelfs weggooien?

Terwijl je weet, je bent echt aardig, supersmakelijk zelfs, alleen ben je door omstandigheden wat knapperig gebakken.

Dan kun je gaan kijken; wat wil ik laten zien van mezelf? Wíl ik eigenlijk wel dat die bovenkant er af getild wordt? De zachte vanille, die wel het beste smaakt, ligt tenslotte wel erg bloot nu. Mag die toegankelijk zijn?

Dat is de eerste vraag en laag.

Om bij de tompouce als metafoor te blijven, til die op, en proef eens voorzichtig aan het laagje pudding wat aan die bovenkant vastzit.

Verrek. Dat smaakt goed, en naar meer. Als je naar jezelf kunt kijken zonder buitenlaag maar al naar een stukje van je kern kunt kijken, ben je al een stuk verder op weg naar je stem, wat die wil zeggen, en dat die misschien zelfs gehoord mag worden. Je mag je grenzen misschien wat scherp gesteld hebben, maar de kern is gewoon goed.

Zet nu je bord maar even neer.

We omzeilen de vanille even. Je mag nu naar het totaal kijken van wat er ligt. Sla je de vliegen weg? Wat komt er af op die kern? Misschien wel van alles. Is de tompouce in de aanbieding? Of gaat ie in de ijskast? Genieten mensen er wel van? Geniet jij er van, van wat daar voor je ligt?

Kijk, nu wordt het leuk. De bovenkant te snel opeten om bij het lekkere stuk te komen, is toch een beetje smaken accepteren waar je eigenlijk niet voor gekozen hebt, je ging voor de kern. We gaan nu anders kijken.

Hoe belangrijk is de bovenkant voor je? Wat heeft die je opgeleverd? Bescherming? Uitstraling?

Wat ligt er nu bloot?

Dat slaan we nog even over, en gaan door naar de onderste laag.

Laag 3: de bodem

Is die zompig? Niet stevig? Of juist zo hard dat je weet dat, als je je tanden erin zet, de boel uit elkaar brokkelt?

Wat nu? De boel kan maar één keer in de oven, je bent zoals je bent. Verken die bodem. Wat kun je ermee? Zompig kan ook taai en buigzaam en daardoor onbreekbaar zijn, hard en brokkelig kan ook toegankelijk zijn voor smaak vanwege de combi. Wat is jouw bodem, en hoe kijk je er nu tegenaan? Is het ok voor jou? De basis waar alles op ligt?

Via buitenkant en basis gaan we nu naar de binnenkant.

Laag 2: je kern

Hoe is jouw kern? Durf je daar een hapje van te proeven? Vol in te bijten en je zintuigen laten duizelen van de smaak die naar meer van jezelf smaakt? Of twijfel je nog?

Hoe vertrouwd ben je met jezelf, en kun je daarvan genieten? Durf je daar van te genieten?

Als je dat kunt: proficiat. Je hebt het volgende level bereikt, en je komt er. Of ben je eigen foodcritic?

Is het wel de juiste dosis vanille, moet er wat zout bij als contrast, is het te zacht, te stevig, loopt het weg zonder bovenkant of blijft het staan? Willen mensen het wel, is het de smaak die je wilde?

Nu zijn we ergens.

Jij bent de kok, het recept is al jaren in de familie, maar jij mag het naar eigen believen aanpassen.

Jij bent de proefpersoon, en niemand anders.

Wat mag eruit weggelaten? Mag er misschien nog iets bij?

EN DAAR LIGT DUS JE STEM.

Wat wil je weggooien om het tot jóúw recept te maken? Wat heb je nog nodig voor ingrediënten?

Daar ligt je stem. Dat ís je stem. Dat is je kern die gehoord wil worden, en een betere toplaag wil vormen die beter samen eetbaar is met de kern. De kern, die nu gezien en gehoord mag worden, met af en toe een hapje van de bovenkant om de combinatie sterk te maken.

Nu mag je gaan kiezen of je die stem er uit wil schreeuwen vanuit een innerlijke noodzaak, of dat je liever fluistert in de oren van mensen. Allebei goed. Als er maar geluisterd wordt, jij begrepen, erkend, en vooral dat je achter je eigen recept staat.

Ik help je graag te proeven en je eigen ultieme recept te vinden.

Daniëlle de Mol Moncourt

Daan.dmm@gmail.com

Tompouceje eten?


128 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven
CONTACT
  • LinkedIn Social Icon
  • Instagram